Cardioverter (ICD)

Een defibrillator is te vergelijken met een pacemaker. Het systeem bestaat uit drie onderdelen: de ICD, de geleidingsdraden (ook wel "leads" genoemd) en het programmeerapparaat. Tegenwoordig is de ICD een heel compact apparaat met een volume van ongeveer 36 cm³. Hij werkt als een kleine computer. Via de geleidingsdraden registreert hij voortdurend informatie over het hartritme. Hij controleert met name of het ritme te snel of te traag is en of het hart regelmatig klopt. Wanneer het normale hartritme verandert, wordt de informatie geregistreerd in de vorm van een grafiek die door de arts kan worden uitgelezen. Deze gegevens bevatten heel nuttige informatie voor de arts. De arts kan de gegevens uitlezen met behulp van een programmeerapparaat. Zo kan hij, indien nodig, de instellingen van de ICD wijzigen. De energie die nodig is voor de werking van de ICD, wordt geleverd door een speciale batterij met een levensduur van 5 tot 10 jaar, afhankelijk van het gebruik en het model. De ICD kan hartritmestoornissen opsporen en dan ingrijpen. Om deze ritmestoornissen op pijnloze wijze te kunnen onderbreken, geeft de ICD allereerst snelle stimulatiepulsen af aan het hart. In veel gevallen is deze stimulatie voldoende om de episodes van tachycardie te stoppen. Ze zijn niet pijnlijk en de meeste patiënten merken er zelfs niets van. Indien de tachycardie ondanks de snelle stimulatiepulsen toch aanhoudt, geeft de ICD een elektrische schok af.. Wanneer bij een regelmatig, snel ventriculair ritme zoals een ventriculaire tachycardie een elektrische schok wordt toegediend, wordt van cardioversie gesproken. Indien het ritme van de kamers heel snel en onregelmatig is, zoals in het geval van ventrikelfibrillatie, wordt van een defibrillatieschok gesproken. De cardioversie- of defibrillatieschok is heel doeltreffend in het voorkomen van een hartstilstand. De ICD treedt ook in werking bij een te trage hartfrequentie (bradycardie). Hij werkt dan als een normale pacemaker. Dankzij de voortdurende vooruitgang op dit terrein zijn momenteel verschillende ICD's beschikbaar voor verschillende behoeften. Er bestaan eenkamersystemen, met één geleidingsdraad in de rechterhartkamer, en systemen met twee geleidingsdraden, één in de rechterhartboezem en één in de rechterhartkamer. Het tweekamersysteem biedt uitgebreidere opsporings- en behandelingsmogelijkheden voor hartritmestoornissen. Er bestaan ook tweekamer ICD-systemen waarmee zowel snelle boezemritmestoornissen als kamerritmestoornissen worden behandeld. De meest recente modellen zijn driekamer ICD-systemen die niet alleen de rechterhartboezem en rechterhartkamer stimuleren, maar ook de linkerhartkamer. Deze systemen waarmee het hart kan worden geresynchroniseerd, worden bij patiënten met een bepaalde vorm van hartfalen gebruikt. De dagelijkse zelftest van de ICD biedt extra veiligheid. Elke nacht controleert de ICD automatisch zijn werking zonder dat de patiënt het merkt. Indien het apparaat een afwijking opspoort, laat het op een vooraf ingestelde tijd een geluidssignaal horen, het zogenaamde patiëntensignaal. De pulsgenerator (een klein kastje) wordt in de borststreek onder de huid (subcutaan) of onder de spier geplaatst. Deze kleine ingreep wordt gewoonlijk onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. Aan het einde van de ingreep is meestal een kortdurende algehele verdoving nodig om het apparaat te testen. Het apparaat wordt via de geleidingsdraden met het hart verbonden. Tijdens de ingreep worden deze via een ader in het hart ingebracht. De werking van de ICD wordt getest en aan de specifieke behoeften van de patiënt aangepast. Meestal mag de patiënt enkele dagen na de ingreep het ziekenhuis verlaten.

 

Feiten en cijfers

Elk jaar overlijden in Europa ongeveer 550.000 mensen aan een plotselinge hartstilstand. In Nederland sterven ieder jaar ongeveer 15.000 mensen door een acute hartstilstand. Dat is één op de duizend mensen! De meesten van hen hadden kunnen worden gered wanneer snel een externe defibrillator kon worden gebruikt. Artsen overwegen bij sommige patiënten ook de implantatie van een inwendige automatische defibrillator (implantable cardioverter defibrillator of ICD).

 

Het gaat hierbij om de volgende categorieën patiënten:

- patiënten die al een episode van ventrikelfibrillatie of een hartstilstand met reanimatie hebben doorgemaakt;

- patiënten die na een ventriculaire tachycardie het bewustzijn verloren hebben;

- patiënten met ventriculaire tachycardie en hartfalen;

- patiënten met kortdurende ventriculaire tachycardie die van tevoren een myocardinfarct hebben gehad, en bij wie bij hartonderzoek wordt ontdekt dat ze aan ventriculaire tachycardie lijden;

- patiënten die om onbekende redenen bewusteloos zijn geraakt, aan hartfalen lijden en bij wie ventriculaire tachycardie kan worden opgewekt;

- patiënten met een hoog risico op een fatale aritmie als gevolg van erfelijke aandoeningen.

 

In de bovengenoemde gevallen is een ICD geïndiceerd. De verantwoordelijke arts beslist per geval of een ICD een oplossing biedt. Aangezien het aantal risicofactoren voor plotselinge hartstilstand voortdurend toeneemt, kan worden verondersteld dat ICD's vaker als behandelmethode zullen worden toegepast. In elk geval biedt een ICD zekerheid aan patiënten die bij een ernstige aritimie mogelijk door dit apparaat kunnen worden gered.

 

Leven met een ICD

Na uw ontslag uit het ziekenhuis zult u enkele maanden aan uw ICD moeten wennen. Praat erover met uw familie en vrienden. Ook al kan een ICD uw hartaandoening niet echt genezen, toch biedt hij u zekerheid. De eerste angst en twijfels verdwijnen meestal na een aantal gesprekken. In dit stadium kunnen patiëntenverenigingen zeer waardevol zijn voor patiënten met een ICD. De meeste patiënten wennen snel aan hun ICD. Ze beseffen dat ze de mogelijkheid hebben om weer een actief leven te leiden. In de meeste gevallen kan de ICD de gevolgen van een mogelijke tachycardie voorkomen en daarmee de kwaliteit van het leven van de patiënt verbeteren.

 

NIEUWE GEWOONTEN

Onmiddellijk na de ingreep dient u een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen. Onderzoek het litteken en informeer uw arts indien dit rood wordt, zwelt of begint te lekken. De eerste dagen na de ingreep moet u te energieke bewegingen van de betrokken schouder vermijden zodat de littekenvorming normaal kan plaatsvinden. Daarna kunt u weer gewoon gaan bewegen; dit is zelfs beter voor de beweeglijkheid van de schouder. We adviseren u in het begin geen zware voorwerpen te tillen. Na overleg met uw arts mag u lopen, bepaalde sporten beoefenen of zwemmen. Draag geen te strakzittende kleding op het litteken om irritatie te voorkomen. Zodra de wond is genezen, kunt u nieuwe activiteiten ondernemen. Wanneer uw arts geen bezwaren heeft en u zich goed voelt, kunt u al uw activiteiten hervatten. De meeste patiënten met een ICD kunnen al hun activiteiten hervatten omdat de angst voor een aritmie-aanval is verdwenen. Ze voelen zich veilig. Denk eraan dat u zich bij alle activiteiten beter moet voelen wanneer u uw normale leven hervat, en zeker niet slechter.

 

ICD-IDENTIFICATIEKAART

Na de implantatie krijgt u van uw arts een ICD-identificatiekaart. Deze moet u altijd bij zich dragen. Hij bevat belangrijke informatie voor u en uw arts over het geïmplanteerde apparaat. Mocht u de kaart verliezen, dan kan uw cardioloog u altijd een nieuwe kaart bezorgen. Bovendien moeten zorgverleners, zoals bijvoorbeeld uw tandarts, op de hoogte worden gebracht van het feit dat u een ICD draagt; het kan in bepaalde situaties nodig zijn bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen bij een medische tandverzorging of bij het voorschrijven van geneesmiddelen (sommige geneesmiddelen kunnen het hartritme beïnvloeden).

 

WAT TE DOEN IN NOODSITUATIES?

Indien een tachycardie optreedt, zal uw ICD proberen deze op een pijnloze manier te stoppen. Indien de behandeling geen resultaat heeft, zal een cardioversie- of defibrillatieschok worden afgegeven. U dient dan de volgende voorschriften na te leven:

blijf rustig zitten of zoek een plaats waar u comfortabel kunt gaan zitten of liggen;
vraag iemand bij u te blijven en een ambulance te bellen indien het probleem aanhoudt;
neem contact op met uw arts of de medische hulpdienst indien u zich niet goed voelt na een ingreep door de ICD;
Voor uw veiligheid kan het nodig zijn u naar de afdeling spoedeisende hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen;
ook als u zich goed voelt na de ingreep door de ICD, is het raadzaam contact op te nemen met uw cardioloog om hem op de hoogte te brengen van wat er gebeurd is. Hij zal u een aantal vragen stellen.

 

Niet alle patiënten ervaren de schok op dezelfde manier. Sommigen ervaren de puls als een hevige, zelfs pijnlijke schok in de borstkas. De spieren van de borstkas en de bovenarm kunnen samentrekken, soms zo hevig dat de patiënt opspringt. Maakt u zich echter geen zorgen, want dit betekent dat de ICD goed werkt. De patiënten ervaren dit meestal als noodzakelijk en geruststellend. Uiteindelijk is de hartritmestoornis gevaarlijk en niet de ICD. Dit geldt ook wanneer u flauwvalt. Het flauwvallen is te wijten aan de ritmestoornis en niet aan de defibrillatie. De patiënten met een ICD hebben over het algemeen het gevoel dat de ICD op het juiste moment ingrijpt om het levensbedreigende hartritme weer naar een normaal ritme te brengen.

 

VRAGEN & ANTWOORDEN

Kan ik het geïmplanteerde apparaat voelen?
Nauwelijks. Vanwege de beperkte omvang en het geringe gewicht zijn de moderne apparaten in het algemeen nauwelijks voelbaar. Zodra het litteken is gevormd, zijn de meeste patiënten aan hun ICD gewend.

 

Zijn lichamelijke inspanningen en sporten toegestaan?
De ICD is robuust. Hij beperkt uw activiteiten niet. Integendeel, u kunt weer dingen doen die eerder als gevolg van uw ziekte ondenkbaar waren. U kunt bijvoorbeeld fietsen, lopen, zwemmen of geslachtsgemeenschap hebben. U dient alleen voorzichtig te zijn met bepaalde sportieve activiteiten waarbij u een slag op de borst kunt krijgen of waarbij u grote draaiende bewegingen met de armen moet maken.

 

Is het apparaat zichtbaar onder de kleding?
Nee. De huidige apparaten zijn zo compact dat ze in een kleine onderhuidse holte ter hoogte van de borstkas kunnen worden geïmplanteerd.

 

Zal de ICD mijn hartaandoening genezen?
Dit apparaat is geïmplanteerd omdat uw ziekte op geen enkele manier volledig te genezen is. De ICD kan u echter beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van tachycardieën of ventrikelfibrillatie ten gevolge van uw hartziekte. Het kan u bovendien bevrijden van de angst die voorheen uw leven beheerste.

 

Kan ik zonder problemen reizen?
Ja! Uw ICD biedt u volledige mobiliteit. U kunt ook naar het buitenland reizen. Breng uw arts van uw plannen op de hoogte. Hij kan u adressen in het buitenland geven waar u in geval van nood terecht kunt. U moet uw ICD-identificatiekaart altijd bij u hebben; u kunt dit het beste bij uw paspoort bewaren. Toon uw ICD-identificatiekaart aan het veiligheidspersoneel van de luchthaven; u wordt dan niet met een metaaldetector onderzocht.

 

Kunnen de antidiefstalinstallaties van warenhuizen van invloed zijn op de ICD?
Ja. Ze zijn niet gevaarlijk, maar u kunt het beste snel door de poortjes lopen om beïnvloeding van de ICD te vermijden.

 

Hoe lang functioneert het apparaat?
De ICD heeft een gemiddelde levensduur van 5 tot 10 jaar, afhankelijk van het type en van het aantal door het apparaat toegediende behandelingen. Hoe minder vaak het apparaat in werking hoeft te treden, hoe langer de levensduur van de batterij.

 

Hoe weet de arts dat het apparaat moet worden vervangen?
Tijdens de vervolgcontroles controleert de arts de spanning van de batterij. De ICD geeft tijdig aan wanneer de batterij bijna leeg is. Wanneer de batterij bijna leeg is, moet de arts een afspraak maken om het apparaat te vervangen.

 

Moet ik na implantatie van het apparaat mijn behandeling blijven volgen?
Uw cardioloog zal aangeven welke geneesmiddelen u moet nemen. Stop nooit op eigen initiatief met het innemen van geneesmiddelen. Neem nooit nieuwe geneesmiddelen zonder dit eerst met uw arts te bespreken.

 

Wat voel ik tijdens de door het apparaat afgegeven schok?
De beschrijvingen van de elektrische schok verschillen sterk van patiënt tot patiënt. Sommigen die bij bewustzijn waren tijdens de schok, voelden een kortstondige angst. Anderen voelden een hevige of minder hevige schok in de borstkas.

 

Is de elektrische puls altijd krachtig?
Nee. Tijdens een tachycardieaanval geeft de ICD eerst minder krachtige stimulatiepulsen af. Indien deze niet voldoende zijn om een normaal ritme te herstellen, treedt cardioversie in werking. Dit betekent dat een sterkere elektrische schok wordt afgegeven. Defibrillatie vindt alleen plaats bij een heel snelle, ventriculaire tachycardie of bij ventrikelfibrillatie.

 

Kan een persoon die de patiënt tijdens of net na de schok aanraakt, gewond raken?
Nee! De elektrische schok die door de ICD wordt afgegeven, gaat heel snel door het hart en de elektrische lading verdwijnt dan meteen. Indien een persoon u net op het ogenblik van de elektrische schok aanraakt, bijvoorbeeld uw hand vastheeft, kan dit een matige, onschadelijke spierreactie veroorzaken en kan de hand samentrekken.

 

Wat is het nut van de vervolgcontroles als het apparaat toch automatisch werkt?
De vervolgcontroles zijn heel belangrijk. Tijdens deze onderzoeken kan de arts het litteken, de lading van de batterij en de werking van het apparaat controleren. Hij controleert ook hoe vaak het apparaat sinds het laatste onderzoek een ritmestoornis heeft opgespoord en behandeld. In overleg met uw behandelend cardioloog kan hij aan de hand van de gegevens van het apparaat uw behandeling bijstellen en eventueel verkeerde instellingen opsporen. Bovendien kan hij het apparaat herprogrammeren om het zo goed mogelijk aan mogelijke veranderingen van uw gezondheidstoestand of aan uw behoeften aan te passen.

 

Is een zwangerschap mogelijk met een ICD?
Ja. Alle zwangerschappen van patiënten met een ICD zijn normaal verlopen en de kinderen waren gezond. Het is echter wenselijk een mogelijke zwangerschap met uw cardioloog te bespreken (in verband met uw hartaandoening).

 

Wat moet ik doen indien de ICD een geluidssignaal laat horen?
Vooral niet in paniek raken: dit signaal betekent alleen dat u contact met uw arts moet opnemen.

 

Vervolgcontroles

De arts die uw ICD heeft geïmplanteerd, moet afspraken maken voor de vervolgcontroles. Tijdens deze bezoeken kunt u niet alleen de klachten bespreken die u tijdens de werking van de ICD hebt ondervonden, maar ook uw problemen en zorgen. Uw arts kan u alleen helpen indien u hem alle informatie geeft. Dit kunnen gezinsproblemen zijn, maar ook uw komende vakantiebestemming. Vraag hem welke sporten u mag beoefenen. Aarzel niet om niet alleen dagelijkse, maar ook bijzondere aspecten te bespreken. Behalve deze specifieke afspraken dient u uw arts ook voor alle bijzondere gevallen te raadplegen. Bijvoorbeeld wanneer uw apparaat een schok heeft afgegeven. U dient hem ook te melden hoelang de aritmieklachten ongeveer hebben geduurd Raadpleeg uw arts wanneer het litteken ontstekingsverschijnselen vertoont (zwelling, warmte, roodheid of doorsijpelen) of wanneer u 2 of 3 dagen achtereen koorts hebt. Uw arts moet ook op de hoogte worden gebracht van onverklaarbare klachten die eventueel al voor de implantatie van de ICD aanwezig waren. Raadpleeg uw arts alvorens u bijzonder belastende of gevaarlijke sporten gaat beoefenen zoals duiken of vliegen. Zoals is uitgelegd in de Gezondheidsinformatie onder "Plotselinge hartstilstand - Wat is een ICD?,” voert uw ICD een automatische zelftest uit. Bij bepaalde functiestoornissen kan het apparaat op een vast tijdstip een geluidssignaal laten horen; dit is afhankelijk van de instellingen van uw ICD. Indien u een geluidssignaal hoort, neem dan contact op met uw arts In principe dient u uw ICD-identificatiekaart altijd bij u te dragen en aan andere artsen die u raadpleegt, te tonen. Zorgverleners die met uw zorg zijn belast, zoals bijvoorbeeld uw tandarts, moeten op de hoogte worden gebracht van het feit dat u een ICD draagt: het kan namelijk nodig zijn bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen bij een tandartsbehandeling of bij het voorschrijven van geneesmiddelen (sommige geneesmiddelen kunnen het hartritme beïnvloeden).

 

APPARATUUR EN MEDISCHE SYSTEMEN

Indien u een operatieve ingreep moet ondergaan, dient u uw arts te informeren dat u een ICD draagt. Sommige medische ingrepen kunnen de werking van de ICD beïnvloeden. Externe defibrillatie, elektrochirurgie, diathermie, lithotripsie of radiotherapie kunnen de werking van uw ICD verstoren en mogen niet zonder voorzorgsmaatregelen worden toegepast. Krachtige magneten zoals deze die bij MRI (Magnetic Resonance Imaging)-systemen worden gebruikt, kunnen de ICD onherstelbaar beschadigen. ICD-dragers mogen dus geen onderzoeken met dit soort systemen ondergaan. De blootstelling van uw ICD aan ultrasone golven is ook af te raden omdat dat onherstelbare schade aan uw apparaat kan toebrengen.

 

WANNEER MOET EEN ICD VERVANGEN WORDEN?

De levensduur van de batterij van de ICD bedraagt 5 tot 10 jaar, afhankelijk van het type, de frequentie en de intensiteit van de gegenereerde pulsen. Het leegraken van de batterij kan door controle van de ICD tijdig worden opgespoord. Omdat de batterij een onlosmakelijk onderdeel van de ICD is, moet het gehele apparaat worden vervangen wanneer de batterij leeg is. De arts maakt een insnede op het litteken van de eerste ingreep en verwijdert de oude ICD. De geleidingsdraden die zich reeds op hun plaats bevinden, worden gecontroleerd en op de nieuwe ICD aangesloten. Vervolgens wordt de nieuwe ICD getest en in de bestaande onderhuidse holte geplaatst. In sommige gevallen is het nodig de geleidingsdraden te vervangen. Daarna maakt de arts afspraken voor de vervolgcontroles. Nadat de arts het litteken heeft bekeken, controleert hij of de ICD correct werkt en of de batterij goed functioneert. Hij controleert ook het aantal opgespoorde en behandelde ritmestoornissen sinds de laatste controle. Indien nodig herprogrammeert hij de ICD, afhankelijk van de gezondheidstoestand van de patiënt.

De voorgeschreven geneesmiddelen moeten regelmatig worden ingenomen, want ze beïnvloeden de werking van de ICD. De behandeling is alleen dan optimaal wanneer deze voorschriften worden nageleefd. Het eerste controlebezoek vindt gewoonlijk één à drie maanden na de implantatie plaats. Een volgende controle wordt drie à zes maanden later uitgevoerd.