Holter onderzoek

Een holteronderzoek is een registratie van het hartritme door middel van een hartfilmpje (ECG), meestal gedurende 12 tot 24 uur. Een holterregistratie geeft aan hoe het hart zich over een langere periode gedraagt. De meetapparatuur legt de hartslag onafgebroken vast, waarmee onregelmatigheden in het hartritme worden opgespoord. Allerlei ritmestoornissen kunnen op deze manier worden beoordeeld. Daarnaast kan de cardioloog het resultaat van een behandeling beoordelen. Ook worden de perioden zichtbaar gemaakt waarin het hart te weinig zuurstof heeft.

 

Het onderzoek

Een hartfunctielaborant sluit de holter in het ziekenhuis aan. Er worden plakkers op de borst van de patiënt bevestigd die met elektrische draden verbonden zijn met de holter. De holter wordt in een schoudertasje meegedragen of aan de broekriem bevestigd. Tijdens het dragen van de holter, doet de patiënt zo veel mogelijk de normale dagelijkse dingen. Er mag echter niet gedoucht worden. Omdat de cardioloog wil weten wanneer de klachten ontstaan, is het nodig te weten wat men doet op het tijdstip dat men klachten heeft. De patiënt krijgt een dagboek mee waar de eventuele klachten in genoteerd kunnen worden, en de tijdstippen van maaltijden, bepaalde activiteiten en inspanningen zoals fietsen of traplopen en het medicijngebruik.

 

  

 

Uitslag
Aan de hand van het hartfilmpje en de aantekeningen in het dagboek wordt bekeken hoe het hart reageert op bepaalde inspanningen, medicijnen of gebeurtenissen.

 

Behandeling
Als duidelijk is geworden om welke ritmestoornis het gaat, kan de cardioloog kiezen uit verschillende behandelingen, waaronder medicijnen, een ablatie, een pacemaker- of ICD-implantatie